ZUID-AFRIKA

DE GROENE KALAHARI

AndersdanAnders

home

fotos

Dag 1 & 2. Zaterdag 27/8 & Zondag 28/8.

Er wordt wel eens gefluisterd dat Afrika verslavend werkt, eens men het bezocht, keert men er onveranderlijk terug. Waar of niet waar, wij gaan in ieder geval terug naar Zuid-Afrika, voor een ontdekkingsreis door een minder toeristisch deel, het Noordwesten, Namaqualand en de Kalahari.
   We vliegen met Lufthansa via Frankfurt met een A380. Dat mag dan een vliegende mastodont zijn, meer beenruimte voor de passagiers kun je vergeten, alleen véééél meer passagiers.
   Johannesburg ligt een tiental vlieguren ver, we vliegen ’s nachts, het ligt in dezelfde tijdzone, geen tijdsverschil, geen jetlag. We worden hartelijk begroet door onze enthousiaste, rondborstige gids en reisleider, Frans Lombard en vrijwel onmiddellijk ondergedompeld in de geschiedenis van Zuid-Afrika met een bezoek aan het Voortrekkersmonument in Pretoria. Een massief bouwsel dat bulkt van de symboliek en in wezen twee belangrijke mijlpalen uitbeeldt, de Grote Trek (1835-1854), 15000 voortrekkers die over berg en dal het binnenland introkken en de Slag bij Bloedrivier (1838) waar ze de zoeloes een serieuze pandoering gaven. Het mag dan nu vooral een toeristische trekpleister zijn, voor Afrikaners zal het altijd wel iets meer blijven betekenen.
   Nog een ritje door Pretoria dat tegenwoordig eigenlijk ook Tshwane heet, langs het centrale Church Square met de historische gebouwen uit de tijd van de Boerenrepubliek en het standbeeld van Paul Kruger, het ”Uniegebou” de huidige regeringszetel met in de tuin, het standbeeld van Louis Botha, Boerengeneraal uit de Anglo-Boer oorlog en eerste premier van de Unie van Zuid-Afrika. De stad is ook bekend om z’n vele Jacaranda’s maar om die in bloei te zien moeten we eens terugkomen in september.
   En dan rijden we zo’n 50km verder naar de Cradle of Humankind of Wieg van die Mensdom, en dat is geen kinderopvangverblijf maar een gebied van ongeveer 480km² waar fossielen gevonden werden van hominiden en uitgestorven diersoorten. Nergens in Afrika werden zoveel fossielen gevonden als hier. Het gebied prijkt op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Wij bezoeken het Visitor Centre in Maropeng dat in 2005 geopend werd. Een interactief museum, in de vorm van een tumulus waar het ontstaan van de aarde en de evolutie van de mens op een speelse en levendige manier wordt voorgesteld. Creationisten gaan zich hier ongemakkelijk voelen met hun scheppingsverhaal.

Dag 3. Maandag 29/8.

We rijden naar Kimberley langs de N12 de Treasure Route het toneel van de Witwatersrand goldrush in 1886. Bron van 48000ton goud, 40% van al het goud ooit op aarde gedolven. Johannesburg werd er door gesticht en de Zuid-Afrikaanse munt werd er naar genoemd. Veel mijnen zijn nu dicht en terrils of ”goudmijnberge” in Stilfontein zijn de stille getuigen van de voorbije glorie.
   Voor Kimberley stoppen we aan de Kamfersdam, waar enkele duizenden Lesser flamingo’s het water roos kleuren. Langs de privé weg van een vriendelijke Afrikaner kunnen we er redelijk dichtbij om er de zo broodnodige kiekjes van te nemen. En dan zijn we in het historische Kimberley en we logeren in het al even historische Edgerton House uit 1901, nota bene in de kamer waar Nelson Mandele ook zou geslapen hebben en we zouden ook nog in hetzelfde bad rond geplonst hebben ware het niet dat de waterleiding van gans Kimberley uitgerekend vandaag de geest gaf en heel de stad zonder water zette.
   Kimberley is niet enkel synoniem voor diamant maar heeft ook een hele rits spookhuizen. 158 volgens de toeristenfoldertjes met een 200-tal die nog door paranormale experten moeten ”onderzocht” worden en dus gaan wij de spokentour op als het donker wordt, onder leiding van een spokengids. De Kimberley Club is onze eerste stop en dat was heel lang een zeer exclusieve ”English Gentlemen’s Only club” gesticht in 1881 en niet enkel bezocht door de streng geselecteerde leden maar ook door een paar geesten waaronder een dame in een kleed uit die tijd die regelmatig op de trap te zien was. Maar voor onze groepsfoto op die trap liet ze zich excuseren. Van daar naar het Gladstone Cemetery. Daar ligt de eerste Britse officier die stierf tijdens de Boer oorlog begraven, niet door vijandige kogels geveld maar door griep en de Amerikaanse mijningenieur in dienst van De Beer, George Labram, die tijdens het beleg van Kimberley een 28-ponder kanon ontwierp en ter plaatse bouwde, inclusief munitie, en er de boeren mee bestookte. Ironisch genoeg stierf hij door een voltreffer op zijn kamer van diezelfde Boeren een week voor Kimberley ontzet werd. Verder geen rammelende kettingen, geen dwaallichtjes maar wel nog het graf van de familie...Frankenstein.

Dag 4. Dinsdag 30/8.

Zeg ”Kimberley” en iedereen zal antwoorden ”diamanten” en ”big hole”. Het begon met de vondst van een mooi kiezelsteentje dat evolueerde naar de ”Star of South Africa”, huidige waarde £st1,7miljoen. En dan werd op de boerderij Vooruitzigt van de gebroeders De Beer nog zo’n joekel gevonden en was het hek helemaal van de dam. Colesberg Kopje, een heuvel, werd helemaal uitgegraven en resulteerde uiteindelijk in wat nu de big hole is, het grootste door mensenhanden gegraven gat waaruit 2722kg diamanten gehaald werden. Daar rond is een heel origineel museum gebouwd en de Old Town, een evocatie van Kimberley ten tijde van de diamant rush. We maken een ritje met de oude elektrische tram, bekijken een korte film Diamonds & Destiny over de ontdekking van de diamanten in Kimberley, snuiven de sfeer van toen op in de Old Town en lunchen in een van de oude bars.
   We verlaten de ”City that Sparkles” want we hebben nog wat weg af te leggen naar Witsand ons doel voor vanavond. We rijden nu in de Northern Cape provincie en het landschap veranderd in savanne bushveld. We kruisen de Vaal rivier en maken een korte plasstop aan een eenvoudige werkplaats waar afstammelingen van Khoi-San ”tijgeroog”, een half edelsteen soort, bewerken en verwerken tot snuisterijen en sierraden en passeren in Griekwastad het geboortehuisje van Mary Moffat de echtgenote van ”Dr Livingstone I presume?”.
   We ruilen het asfalt voor een ”grondpad” met uitgesproken wasbordeffect. We krijgen hier ook al het rode zand van de Kalahari te zien en de reusachtige nesten van de republikein wevertjes. Onze lodge ligt in het Witsand Nature Reserve en is een absoluut voorbeeld van rust en kalmte. De grote bungalows liggen ruim uit elkaar en als we ’s avonds naar het restaurant wandelen hebben we niet alleen een schitterende zonsondergang gehad maar staat het Zuiderkruis helder en goed zichtbaar aan de sterrenhemel te fonkelen. Een kampvuur, Frans die zich ontpopt als troubadour met gitaar, een drankje en een braai met sappige steaks, veel meer heb je niet nodig om er een prachtige avond van te maken.

Dag 5. Woensdag 31/8.

Wakker worden door de stilte, waar maak je dat nog mee, en door het gekwetter van vogels. De Witte duinen te midden van de Rode Kalahari zijn uniek. We gaan wandelen door de duinen van dit natuurreservaat van 2500ha onder begeleiding van de zoon des huizes, die ons een beetje inwijdt in het spoorzoeken en het fenomeen van de witte duinen haarfijn uitlegt. Omgeven door 2 bergketens werd het zand dat de wind uit de Kalahari aanbracht, vastgehouden en door regen en water gebleekt en ontdaan van de ijzer oxyde en zijn rode kleur.
   We proberen wat vogels te spotten in de look-out aan een waterplas, maar die vinden het te warm om uitgebreid voor de diverse lenzen te komen fladderen.
   Na de middag gaan we naar de Brulsand duinen, een van de meest bekende eigenaardigheden van Witsand. Het fijne zand moet warm, droog en zuiver zijn en als men er dan over loopt geeft het een brommend geluid af, brullen is er niet bij, eerder een knorrig gebrom. Voor de liefhebbers is er ook gelegenheid om te sandboarden. Ook leuk, behalve dat je natuurlijk te voet door het mulle zand naar de top van de duin moet sloffen vooraleer je naar beneden kunt sjezen.
   Als de avond valt en het donker genoeg is maken we nog een extra avondwandeling om wat meer te weten te komen over de sterren en de sterrenbeelden en die zijn hier wel heel goed te zien.

Dag 6. Donderdag 1/9.

De zon schijnt wel, maar het is frisjes. Terug langs hetzelfde grondpad tot aan de asfaltweg en dan rijden we fluks noordwaarts. In Upington zorgt de Oranjerivier voor een vruchtbare strook langs beide oevers en wordt er intensief druiven geteeld. Upington begon zijn bestaan als een zendelingenmissiepost en dat is nu het Kalahari Orange Museum, daar staat het standbeeld van de ezel, een eerbetoon aan de enorme bijdrage van dit dier bij de ontwikkeling van de ganse regio. Wat verder staat er ook het standbeeld van de kameel, waarmee dan weer de grenswachten waren uitgerust. We lunchen er en dan gaat het verder richting Kgalagadi Transfrontier National Park en onze lodge. Daar zijn we goed op tijd voor een sundowner met ”vonkelwijn” en een mooie zonsondergang.

Dag 7. Vrijdag 2/9.

Vroeg op want het is toch nog een uurtje rijden tot de ingang van het park en de rode duinen van de Kalahari woestijn zijn al zichtbaar in het landschap.
   De oorspronkelijke bewoners van deze streek, de San of Bushmen vormden kleine gemeenschappen. De mannen waren jagers en de vrouwen verzamelden eetbare planten. Nu overleven velen in de kleine boerderijen waar we langs rijden.
   Het Kgalagadi Transfrontier National Park ligt gespreid over Zuid-Afrika en Botswana is 40.000km², groter dan België, twee maal zo groot als het Krugerpark. We hebben de ganse dag om er het dierenleven in te ontdekken. En er is heel wat dierenleven in de Kgalagadi ondanks de harde levensomstandigheden. De oryx of gemsbok is manifest aanwezig, springbokken uiteraard, gnoes en groepen stokstaartjes of meerkatten die een plezier zijn om te observeren. Vogels zijn er te kust en te keur, grote en kleine, in volle vlucht of op een tak in de bomen. We zitten in een grote open truck, die langzaam over het grondpad hobbelt, deels om het wild goed te observeren, deels omdat de aard van de weg niet tot snel rijden uitnodigt. We hebben onze picknick bij en verorberen die onder de bomen. De leeuwen, de cheeta’s en de hyena’s laten het afweten maar we hebben dan ook maar een mespuntje van dit enorme park kunnen bestrijken.

Dag 8. Zaterdag 3/9.

De Kgalagadi ligt achter ons, we rijden terug naar Upington en wenden de steven naar het westen. Ook hier zorgt het water van de Oranjerivier op beide oevers voor groene landerijen en druivenkwekerijen en er wordt gestopt voor de lunch in een ervan. Maar voor er eten op tafel komt sleept de kwieke dame des huizes het gezelschap mee naar haar kruidentuin om daar het nodige materiaal te plukken voor het maken van een ”Tussie Mussie”. Voor de onwetende idioten zoals ik, dat is een klein tuiltje. Iedereen zet zijn beste artistieke beentje voor en de resultaten worden met trots of gemengde gevoelens getoond en meegenomen. Ook de heer des huizes heeft zijn hobby, hij heeft Friese paarden die hij dan weer met veel trots laat schouwen.
   Dan gaan we wijn proeven, en niet enkel wijn ook brandy en diverse andere likeuren en sterke dranken. 12 soorten in totaal. Er stond verder niet veel meer op het programma die dag. Gelukkig. Enkel nog een fotostop aan de antieke irrigatiewielen en kanalen die het water van de Gariep naar de velden brengt.

Dag 9. Zondag 4/9.

Aukoerebis ”die plek van groot geraas” of nog ”die water wat donder” zo noemden de Khoi-San de Augrabies waterval. En gelijk hebben ze. De Oranjerivier heeft hier een geweldige kloof uitgesleten in de graniet rotsen en heeft dat recentelijk met zoveel water en kracht gedaan dat een aantal uitzichtplatformen finaal verwoest werden en een paar uitzichtpunten ontoegankelijk gemaakt.
   Maar zelfs zo is het nog een indrukwekkend schouwspel. Een legende wil dat onder het swirl-gat aan de voet van de waterval een grote hoeveelheid diamanten zou liggen. Voor wie goesting heeft, ze liggen er allicht nog altijd. Het krioelt er van de Kaapse klipdassen of dassies en we gaan wandelen langs het Dassie Nature Trail in een prachtige omgeving en alhoewel dat als ”easy” bestempeld wordt, is men er toch maar beter goed te been voor.
   We hebben nog een rafting te goed op de Oranje rivier. We lunchen er eerst met zicht op de doodkalme rivier. Krijgen een bloedstollende briefing doorspekt met veel humor en vertrekken dan voorzien van helm en zwemvest naar de plek van vertrek. 2 man per rubber–kajak–boot en we zijn vertrokken voor een uurtje waterpret. De enkele rapids zijn gewoon leutig en zorgen voor de juiste hoeveelheid adrenaline en iedereen stapt bij aankomst nat maar voldaan uit de bootjes.

Dag 10. Maandag 5/9.

We maken een fotostop aan ”die pienk padstal” een eetgelegenheid langs de baan dat bol staat van de lollige uitspraken, inclusief het meest gefotografeerde mannentoilet en dan zetten we onze reis verder naar Namaqualand.
   We maken een kleine zijsprong over een grondpad naar Pella. Het woestijnlandchap is hier echt op zijn best, ruig, ruw, droog en mooi tegelijk.
   En dan Pella. Je moet het zien om het te geloven, in een onooglijk dorp, waar de temperatuur in de zomer oploopt tot 50° bouwden eind 19e eeuw enkele franse missionarissen eigenhandig een witte kathedraal. Ze hadden er zeven jaar voor nodig en van hun noeste arbeid maakt een kleine non nu dankbaar gebruik om er een leuk financieel slaatje uit te slaan door toegangsgeld te vragen aan bezoekers. Of de hemel daardoor dichterbij komt is maar de vraag?
   We hebben de rode Kalahari verlaten en we zijn nu in Namaqualand en gaan naarstig op zoek naar de bloemen want gedurende een korte periode in de lente wordt deze barre regio bedekt met een kaleidoscoop van kleurige bloemen en op weg naar Okiep krijgen we daar al de eerste voorsmaakjes van. Heel mooi. En daarmee stopt het niet, want we pikken een lunch box op bij ons hotel en rijden gelijk door naar het Goegap Natuurreservaat voor nog meer bloemenpracht.
   In Okiep was ooit de grootste kopermijn ter wereld tot die in 1918 sloot, de grote schouw is wat rest, en ons hotel ademt de nostalgie van die vervlogen welvaart uit.

Dag 11. Dinsdag 6/9.

De N7 voert ons pal zuid naar de Western Cape provincie en we rijden eigenlijk van fotostop naar fotostop want de bloemenvelden blijven knipogen naar de fotografen. Het landschap wordt ook wat heuvelachtiger met hier en daar serieuze graniet formaties. Dan rijden we door de ”knersvlakte”, een dorre streek begrensd door de Bokkeveldbergen, de naam zou zijn afgeleid van het knarsetanden van de reizigers als ze door deze vlakte gingen. Tegen de middag krijgen we plots in de verte, heel even de Tafelberg te zien, de plaats waar onze reis eindigt, maar zover zijn we nog niet. In Clanwilliam staat een bezoek aan het Ramskop Natuur Tuin nog op het programma, alweer een explosie van bloemen en kleuren, maar het recente warme, droge weer laat sporen na en sommige bloemen hangen er nu al een beetje slappekes bij.
   Lamberts Bay, is ons eindpunt voor vandaag, waar een paar duizend Jan-van-Genten morgen op ons bezoek wachten. Maar we hebben nog een diner te goed en dat is aan het strand in open lucht, omringd door een muur van takkebossen om wat beschutting te bieden tegen de zeewind. Met een fles vonkelwijn genieten we van de zonsondergang over de zee. Een grote barbecue waarop alles klaargemaakt wordt staat centraal, het bestek zijn je handen en een mosselschelp. En dan het menu: blauvis, stokvis, engelvis, snoek, tonijn, oesters, rivierkreeft, enz. Self service, heel veel, heel lekker, heel origineel, heel leuk.

Dag 12. Woensdag 7/9.

We wandelen van ons hotel langs de vissershaven naar het ”voëleiland” waar een grote kolonie Jan-van-Genten een gezellige broedplaats gevonden hebben. Vanuit een soort bunker kan je hen moeiteloos observeren en dan rijden we terug naar Clanwilliam.
   Dit is het hart van de rooibos industrie. Rooibos is een struik die hier welig groeit en waar ze een heel lekkere thee van maken. Volgens kenners is die dan nog goed ook voor zowat alles van hooikoorts over slapeloosheid tot ekzeem en wordt verwerkt in scheerzeep, schoonheidsprodukten tot likeur toe en in Clanwilliam is een grote fabriek waar ze ons dat in geuren en kleuren diets maken.
   We rijden de Cederbergen in, langs de Pakhuispas, stoppen eventjes aan het graf van Louis Leipoldt die daar begraven ligt, een dichter-dokter en bewonderen het weidse panorama boven op de pas. In de Cederbergen zijn nogal wat bushman’s tekeningen gevonden, ook hier. We lunchen in een klein restaurant en wandelen in de buurt naar de plaats waar een van die tekeningen gevonden werd.
   Onze lodge voor vandaag, Bushmans Kloof, is er eentje om u tegen te zeggen, de luxe druipt er af in slierten, de omgeving is prachtig en het verschil met ons diner van gisteravond kon niet uitgesprokener zijn. We stappen in 4x4 wagens voor een eerste game-drive, een sundowner en een pracht van een zonsondergang.

Dag 13. Donderdag 8/9.

Het weer is omgeslagen. Een koudefront heeft zich ongevraagd over de regio genesteld. Het miezerd en het is behoorlijk kil. Bushmans Kloof staat natuurlijk voor bushmans tekeningen op rotsen en daar wandelen we naar toe, onderwijl krijgen we nog wat uitleg over hun levenswijze de fauna en flora maar de regen is wat spelbreker en we blazen de aftocht naar de lodge waar de open haard voor een behaaglijke warmte zorgt en de brunch op ons wacht.
   Het blijft miezeren afgewisseld met een fikse bui en dat is jammer want de omgeving nodigt echt uit om te wandelen. Boven op de omliggende rotsen kijken de bavianen toe en je hoort af en toe hun geblaf. Het is droog als we de namiddag game-drive beginnen. Zon en wolken zorgen voor prachtige effekten en wij kunnen de bontebokken, elanden, springbokken, struisvogels en kaapse zebras nog eens van dichtbij observeren.

Dag 14. Vrijdag 9/9.

Tijd om verder te trekken. We rijden terug over de Pashuispas naar Clanwilliam. Er is wat meer zon en tussen de wolken is er meer blauw te zien. We stoppen voor de foto aan de Clanwilliam dam over de Olifantsrivier en we volgen die rivier op onze weg naar het zuiden. Hier zorgt hij op beide oevers voor uitgestrekte citrusplantages en het dorp waar we doorrijden heet heel toepasselijk Citrusdal. Dan beginnen we aan de Piekenierskloofpas over de Olifantsrivierbergen. Tot 1859 wanneer de eerste weg over de pas voltooid werd, was dit niet meer dan een bergpad dat de migratieweg van kuddes wild volgde. Ossewagens moesten gedemonteerd worden en de steile hellingen opgesleurd. Wij worden vandaag enkel geconfronteerd met wat wegenwerken en op de pas heb je een mooi uitzicht over het vruchtbare Swartland. Ons eindpunt voor vandaag is Langebaan, tot 1960 een station voor walvisvaarders, vandaag een mooi vakantie oord aan zee en springplank voor ons bezoek aan het ”Weskus Nasionale Park”. De eerste Europeaan die in deze contreien voet aan wal zette was Vasco da Gama in 1497 en daarna is het niet meer gestopt.

Dag 15. Zaterdag 10/9.

We beginnen de dag met een bezoek aan het West Coast Fossil Park. Het begon in 1943 met een fosfaat mijn. Blokken fosfaat werden verpulverd om als meststof te dienen, en er zullen heel wat fossielen dezelfde weg zijn opgegaan voor wetenschappers in de gaten kregen dat hier meer lag dan alleen wat meststof. Fossielen van de uitgestorven giraf met korte nek en de afrikaanse beer die 5miljoen jaar oud zijn, het gaat je bevattingsvermogen te boven, liggen hier bijna met bosjes bij elkaar.
   Dan gaan we weer op bloemenjacht, het is ondertussen al wat later op de dag, de zon heeft wat meer kracht en de bloemenvelden staan er fleurig en kleurrijk bij. Het is moeilijk om voor te stellen, maar binnen enkele weken zal dit landschap dat er nu zo fris bij ligt, dor en kleurloos zijn.
   De lagune van Langebaan trekt jaarlijks massa’s trekvogels aan, maar die zijn ofwel heel goed gecamoufleerd, of ze zijn al weg of ze moeten nog komen want zien doen we ze niet.
   Er is een uitgebreide picknick voorzien en die wordt soldaat gemaakt aan het strand van de Atlantische Oceaan terwijl de branding voor animatie en sensatie zorgt en met zo’n kracht op de rotsen bonkt dat je het zout bijna kunt proeven.

Dag 16. Zondag 11/9.

We bollen uit, naar Kaapstad. Een bezoek aan Kaapstad (en de Tafelberg) staat niet op dit programma maar we rijden er toch door en stoppen op Signal Hill voor het uitzicht op de stad, het waterfront, de Tafelberg, robbeneiland en het spiksplinternieuwe voetbalstadion speciaal gebouwd voor de Wereldbeker.
   In Kirstenbosch National Botanical Garden met zicht op de oostzijde van de Tafelberg lunchen we en brengen tijd door voor we naar ons hotel gaan voor het afscheidsdiner en onze laatste overnachting in Zuid-Afrika. Morgen vliegen we terug naar Johannesburg, naar Frankfurt, naar Brussel, naar huis.

   Mooi land, mooie reis, leuke groep, toffe reisleider. Heeft zijn eervolle vermelding in het boek van ”memory lane” meer dan verdiend.